Algemene informatie Toscane
Algemeen
Toscane (Italiaans: Toscana) is een regio in Midden-Italië, grenzend aan Lazio in het zuiden, Umbrië in het oosten, Emilia-Romagna en Ligurië in het noorden en de Tyrrheense Zee in het westen. De oppervlakte van Toscane beslaat 22.992 km2 (7,6% van Italië) en is daarmee ongeveer half zo groot als Nederland. Qua oppervlakte staat de regio Toscane op de vijfde plaats, na Sicilië, Piëmonte, Sardinië en Lombardije. De totale lengte van de kustlijn bedraagt 329 km. De noord- en oostzijde van Toscane worden begrensd door de Toscaans-Emiliaanse Apennijnen, waarvan de bergen hoger reiken tot 2000 m. Voor de kust van Toscane ligt de Toscaanse archipel ( ‘Arcipelago toscano’), waarvan Elba (223 km2) het grootste en bekendste eiland is. Elba heeft een lengte van 27 km, een maximale breedte van 18 km, een omtrek van 147 km, en ligt zo’n tien km uit de Toscaanse kust. De andere eilanden zijn Capraia (20 km2), Giglio (22 km2), Montecristo (10 km2), Gorgona, Giannutri, en Pianosa (samen 2,23 km2). De Toscaanse archipel is tot beschermd natuurgebied verklaard en nu vormen de eilanden een nationaal park, het ‘Parco Nazionale dell’Arcipelago Toscano’. Het is het grootste Europese beschermde zee-natuurgebied.
Met zijn glooiende landschap, zijn uitgestrekte graan- en zonnebloemvelden en zijn karakteristieke steden en dorpen, wordt het vaak gezien als een van de mooiste delen van Italië. Bekende plaatsen in Toscane zijn Florence, Pisa, Siena and Arezzo. De Italiaanse regio Toscane is wereldwijd één van de populairste vakantiebestemmingen. Met beroemde en veel bezochte steden als Florence, Lucca en Siena binnen de grenzen is dat bepaald geen wonder. Ook het betoverende landschap met de vele heuvels, cipressen, wijngaarden en middeleeuwse dorpjes draagt in hoge mate bij aan de belangstelling voor Toscane als reisbestemming. Het belangrijkste kenmerk van deze streek is de ongelofelijke hoeveelheid kunstschatten, musea monumenten, gebouwen en kathedralen die Toscane rijk is. Hier vindt u het grootste aantal kunstwerken ter wereld uit de renaissance en een groot deel ervan kunt u bezichtigen.
Landschap
Toscane, het meest beboste gebied van Italië, ligt tussen de Apennijnen en de Tyrrheense Zee en heeft een zeer gevarieerd heuvel- en bergachtig landschap. Slechts 10% van Toscane is vlak te noemen, vaak als het gevolg van in de 18e en 19e eeuw gerealiseerde droogleggingen. Vlaktes liggen voornamelijk in het kustgebied Versilia. Verder is een kwart van Toscane bergachtig en 65% is met heuvels bedekt. Het landschap van het Val d’Orcia is in 2004 op de Werelderfgoedlijst van de Unesco gezet. Opvallend is dat, in tegenstelling tot het aangrenzende Umbrië, Toscane veel meer bewerkt en gevormd is door mensenhanden. Steden en dorpen liggen in de regel op een heuvel, binnen hun middeleeuwse ommuring. Florence daarentegen ligt juist in het dal van de rivier Arno.
Toscane wordt in noord-zuidelijke richting doorsneden door uitlopers van de Apennijnen en kenmerkend zijn de lengtedalen die parallel aan die uitlopers lopen. Door verschillende erosieprocessen hebben alle dalen een ander landschappelijk gezicht gekregen. Te onderscheiden zijn de Lunigiana, de Garfagnana, de Mugello, het Valdarno, de Casentino, het Valdichiana en het Alta Valtiberina. Een bijzonderheid in het landschap van Noordwest-Toscane vormen de Apuaanse Alpen (‘Alpi Apuane’). De witte toppen (hoogste: Monte Pisanino 1945 m) van deze Apennijnse uitloper worden veroorzaakt door het kristallijne kalksteen of marmer. Hier ligt ook het befaamde Carrara, het grootste marmerwinningsgebied ter wereld.
In het hart van Toscane ligt een gebied met heuvels en bergen, dat meestal Antiappennino genoemd wordt. De belangrijkste bergketens die hiertoe behoren zijn van noord naar zuid de Monte Pisano, de Colline Metallifere en de kustformaties Monti dell’Uccellina en Monte Argentario. In het geografische hart van Toscane ligt ook de Chianti, een ca. 80.000 ha groot heuvellandschap dat zicht uitstrekt tussen Florence en Siena en een bekend wijnbouwgebied is. Een van de meest bijzondere landschappen van Toscane ligt ten zuidoosten van Siena, het heuvelachtige maanlandschap van de Crete (Latijns creta = krijt) met zijn op kegels en kraters lijkende witgrijze vlakken. Bij het stadje Volterra is een zeer bijzonder natuurverschijnsel te zien, ‘Le Balze’. Door erosie en aardverschuivingen is er een diep ravijn ontstaan, waar al kerken en een klooster in verdwenen zijn. Het afbrokkelingsproces gaat nog steeds door. Verder naar het zuiden ligt de hoogste berg van Toscane, de Monte Amiata (1790 m), een uitgedoofde vulkaan. In deze vulkanische streek liggen verder nog een reeks uitgedoofde vulkanen en enkele warmwaterbronnen of ‘soffioni’, onder meer bij Montecatini en Larderello.
Tussen de monding van de Cécina en de grens met het gewest Lazio ligt de 4500 km2 grote ‘Maremma’, vroeger een gebied met veel moerassen en lagunes. Nu is het dankzij een grote sanering in de jaren vijftig van de vorige eeuw een vruchtbaar gebied waar intensieve akkerbouw mogelijk is. De Maremma kan in drie zones ingedeeld worden: de Maremma van Grosseto, de Pisaanse Maremma, van de zuidelijke uitlopers van de Livornese heuvels tot San Vincenzo, en de Latijnse Maremma, van Tarquinia tot Cerveteri. De Maremma bestaat niet alleen uit de kuststrook, maar strekt zich landinwaarts uit tot de heuvels van de Colline Metallifere. Langs de kust liggen ‘tomboli’, vaak met dennenbossen bedekte duinen. Het grootste kustbos (10.000 ha) van de Middellandse Zee ligt bij Pisa: het natuurreservaat Migliarino-San Rossore-Massaciuccoli. Het kleine kalksteenmassief van de Monte Argentario (vroeger ‘Kaap van Cosa’) was vroeger een eiland en is nu met het vasteland verbonden door twee landtongen, de ‘tombolo della Feniglia’ in het zuiden en de ‘tombolo della Giannella’in het noorden.
De langste rivieren in Toscane zijn de Arno (241 km) en de Ombrone (161 km). De Arno ontspringt op de Apennijnse Monte Falterona (1654 m), slingert zich door steden als Florence en Pisa, en stroomt uiteindelijk bij Marina di Pisa in de Tyrrheense Zee. Enkele van de vele zijrivieren van de Arno, zijn de Sieve, de Bisenzio, de Era, de Elsa en de Pesa. Andere belangrijke rivieren die door Toscane stromen zijn de Serchio, de Magra, de Cécina en de Albegna. Het grootste meer van Toscane is het Lago di Massaciuccoli.
Het van oorsprong vulkanische eiland Elba (Italiaans: Isola d’Elba), waar Napoleon Bonaparte van 4 mei 1814 tot 26 februari 1815 gedwongen verbleef, bestaat landschappelijk gezien uit drie delen. Aan de oostkant afgegraven roodachtige ‘ijzerbergen’, in het midden een keten begroeid met macchia en in het westen een dichtbegroeid berglandschap met als hoogste top de Monte Capanne (1018 m) met zijn typische ‘hanekam’. De kust bestaat uit schiereilanden, baaien en kleine zandstranden.
Klimaat
Het mediterrane klimaat van Toscane kent geen extreem grote verschillen, hoewel de afwisseling van de seizoenen duidelijke merkbaar is. Zowel aan de kust als in het binnenland zijn de verschillen relatief gering, met name qua temperatuur. In het zuidwesten is het gemiddeld iets warmer dan in het noordoosten. Het milde klimaat is onder andere te danken aan de relatief warme Tyrrheense Zee en de ligging ten opzichte van Corsica. Dit grote eiland houdt veel neerslag tegen. De Toscaanse zomers zijn over het algemeen droog en warm, in juli en augustus regent het zelden. De temperatuur ligt vanaf juni tot en met augustus overdag altijd boven de 20°C en in de zomermaanden kan gemakkelijk 35°C gehaald worden. Dankzij een permanente wind van zee is het klimaat aan de kust zelfs in de zomer redelijk aangenaam. De Toscaanse winters zijn meestal zacht en het sneeuwt eigenlijk alleen in de bergachtige gebieden. De Monte Amiata en de Toscaans-Emiliaanse Apennijnen bij Abetone zijn zelfs wintersportoorden. De wintertemperaturen in de rest van Toscane liggen over het algemeen tussen 6 en 10°C. Wat neerslag betreft zijn er wel enkele grote verschillen. De minste regen valt aan de kust van Zuid-Toscane, de meeste neerslag valt in de Apennijnen en in de Apuaanse Alpen. De Apuaanse Alpen zijn het natste gedeelte van Toscane met ca. 3000 mm neerslag per jaar. De meeste regen valt in de maanden oktober, november, april en mei. Vooral aan het einde van de herfst kan zware regenval dagenlang aanhouden. Regelmatig waait vanuit het zuidwesten de ‘libeccio’, die soms tot stormkracht kan aanzwellen. Met name in het voorjaar waait vanuit het noordwesten de ‘maestrale’ een koude valwind. ’s Winters waait in het binnenland soms de ‘tramontana’, die koude polaire lucht aanvoert.
Economie en Toerisme
De Toscaanse economie heeft sinds de Tweede Wereldoorlog grote veranderingen ondergaan. Het traditionele agrarische karakter is bijna verdwenen en heeft plaats gemaakt voor industrie en een dienstensector waar het toerisme de boventoon voert. Toscane is een van de rijkste regio’s van Italië.
Agrarische sector
Vandaag de dag is nog maar ca. 5,5% van de bevolking werkzaam in de agrarische sector, tegen landelijk ca. 9%. De meeste kleine boeren zijn verdwenen en opgeslokt door grote boerenbedrijven. De belangrijkste landbouwproducten zijn granen, tabak, suikerbieten, olijven en wijn. Pescia is zeer bekend vanwege zijn bloementeelt; dagelijks worden er op de veiling enkele miljoenen bloemen verhandeld voor de export, voornamelijk anjers en gladiolen. Pescia is de Italiaanse ‘hoofdstad’ van de snijbloementeelt. In de streek rond San Miniato wordt jaarlijks ongeveer 30.000 kilo truffels gevonden. De grootste truffel die ooit gevonden werd, woog 2520 gram en kwam in 1954 bij San Miniato uit de grond. De veeteelt stelt in Toscane niet zoveel voor, evenals de visserij. Wel wordt in Toscane het witte runderras Chianina gehouden, dat het vlees voor de beroemde ‘bistecca alla fiorentina’ levert. In Toscane is ca. 200.000 ha land beplant met olijfbomen; het gebied staat wat betreft de olijfolieproductie op de vierde plaats in Italië. De streek rond Pistoia herbergt de grootste boomkwekerijen van Europa. De wijnbouw in Toscane dateert al van de Etrusken, 3000 jaar geleden. De bekendste hedendaagse wijn is de Chianti, waarvan de beste chianti classico genoemd wordt, geproduceerd tussen Florence en Siena. In Siena bevindt zich de Academie voor de Wijn.
Industrie en nijverheid
Toscane is een van de belangrijkste mijnbouwgebieden van Italië, met kwik rond het Monte Amiata-massief, steenzout en boorzuur bij Volterra, kopererts en pyriet bij Colline Metallifere en uiteraard het wereldberoemde marmer van Carrara. Albast wordt in Volterra gewonnen en bewerkt door tientallen kleine bedrijven. De meeste arbeidsplaatsen kunnen gevonden worden in het midden- en kleinbedrijf, met ca. 400.000 ondernemingen. Zo vindt in de nijverheid meer dan 30% van de beroepsbevolking emplooi. Belangrijke producten zijn keramiek (Florence, Siena, Arezzo), lederwaren (Florence, Siena, Arezzo), (groen) glaswerk (Empoli), marmeren gebruiksvoorwerpen en onyx (Siena). Florentijnse goud- en edelsmeden zijn wereldberoemd. De textiel- en wolindustrie, met Prato als centrum, zijn grote werkgevers. De meeste grotere industrieën liggen in het Valdelsa, langs de strook Florence-Prato-Pistoia-Lucca en langs de kuststrook die parallel loopt aan de Alpi Apuane. Toscane heeft confectie- en schoenenindustrie, meubelindustrie, zware metaalindustrie (Piombo), machine-industrie en olieraffinaderijen bij Livorno. Livorno is van oudsher een belangrijke handelsplaats en in het bezit van de grootste haven van Toscane, waar ook veel veerboten naar Corsica, Sardinië en Sicilië vertrekken. Verder vinden we hier grote scheepswerven en olieraffinaderijen. De havencapaciteit van Livorno bedraagt 5000 schepen en 25 miljoen ton goederen per jaar.
Toerisme
De meerderheid van de beroepsbevolking is werkzaam in de tertiaire sector, en daarbinnen wordt het toerisme steeds belangrijker voor de Toscaanse economie. Ook de combinatie tussen natuurschoon en cultuurgoed heeft bijgedragen tot de toeristische faam van Toscane. Toscane wordt jaarlijks bezocht door meer dan 4 miljoen toeristen, waarvan ca. 35% uit het buitenland komt. Vooral de steden Florence en Sienna trekken jaarlijks vele miljoenen binnen- en buitenlandse toeristen. Viareggio is de belangrijkste badplaats van Toscane en een van de drukst bezochte van heel Italië.
Crete Sinesi
Het meest ongerepte stukje Toscane is ongetwijfeld Le Crete Senesi. Tussen Buonconvento en Siena tot aan het Orciadal vind je le Crete Senesi. Dit is een schitterend natuurgebied met afwisselend zacht glooiende heuvels, steile rotspartijen met als extra attractie soms kleine soms wat forsere vennen op plaatsen, waar in kraterachtige inkepingen in het landschap het regenwater blijft staan. Het hart van de Crete Senesi ligt rond de as Asciano-Pienza met als sluitstuk de Val d’ Orcia. In de Crete Senesi heeft elk seizoen zijn eigen uitgesproken identiteit. De typische leemgrond lijkt soms wel beton. De gebouwen werden onmerkbaar ingeplant in volledige harmonie met de natuur. Typisch is de open bebouwing met vooraan grote bogen. Ook cypressen typeren dit landschap!
De bekendste en ook wel mooiste zijn ongetwijfeld: Pienza, Montepulciano en Montalcino. Men kan deze dorpjes makkelijk op een dag bezoeken. Wens je onderweg echter nog enkele bezienswaardigheden te bezoeken hou dan zeker rekening met de afstanden, 10 of 15 kilometer lijkt niet zoveel maar door de heuvels en de vele bochten duurt dit altijd langer.
VAL D’ ORCIA
Ten zuiden van Siena langs het parours van de rivier Orcia, waar het zijn naam aan dankt, strekt zich het dal van Orcia zich uit. Met zijn magnifieke landschap, bestaand uit lieflijke heuvels bedekt met olijfbomen, wijngaarden en bossen, is het dal van Orcia de ideale vakantieplek voor een ieder die wil ontspannen. Het park van de Val d' Orcia is erkend als uniek en uitzonderlijk vanwege het culturele landschap, oftewel het landschap dat in de loop van de eeuwen is gevormd en gemodelleerd door de mens. Door de toevoeging van de Val d'Orcia heeft Italië maar liefts 39 noteringen in de lijst, waarvan 4 in de provincie van Siena ( San Gimignano, Pienza, Siena en de Val d'Orcia met haar zestigduizend hectaren van schitterend natuurpark). In 2004 is Val d'Orcia toegevoegd aan de werelderfgoedlijst van UNESCO.
Het dal van Orcia is tevens kunst en cultuur; het territorium is dan ook bezaaid met kleine middeleeuwse dorpjes rijk aan geschiedenis en interessante monumenten, zoals Pienza en Montalcino, om er maar een paar op te noemen. Het landschap komt vele malen terug in schilderijen uit de renaissance.
Wie daarentegen liever een vakantie heeft dat in het teken van de gezondheid en het welzijn staat kan de thermen van Bagno Vignoni en Bagni San Filippo bezoeken. En om de dag af te sluiten, mag een diner op basis van de culinaire specialiteiten van het dal van Orcia: “pici” (apart soort verse pasta), pecorini (schapenkaas) van Pienza en Brunello van Montalcino niet mankeren.